Onder begeleiding van een vakleerkracht gaan docenten van het basisonderwijs aan de slag met verschillende technieken en materialen. Tevens worden voorbeelden aangereikt hoe de technieken en materialen kunnen worden ingezet in het kader van een creatief proces bij de leerlingen.
Door ongesponnen schapenwol met warm water (en zeep) te bevochtigen gaan de schubben van de wolvezels open staan. Ze vormen dan een soort weerhaakjes. Als de vezels dan tegen elkaar aan gewreven worden met behulp van de handen, haken ze in elkaar en vormen een onontwarbaar geheel: vilt.
Met deze techniek kan van schapenwol bollen, strengen en lapjes gemaakt worden.
Deze workshop is bedoeld voor maximaal 15 leerkrachten van het basisonderwijs in de onderbouw (en minimaal 5 deelnemers).























