Aan bod komen de grondbeginselen van de aandrijftechniek met praktische en theoretische opdrachten (krukas, versnelling en vertraging). Vervolgens wordt er machinekunst van gemaakt door toevoeging van een door de leerling zelf meegenomen object. (b.v. een vogelschedel, poppenhoofd, armen, benen, kleertjes, blikjes etc.). Met watervaste viltstiften kan het werkstuk versierd worden. Het eindresultaat is een bewegings- en/of geluidskunstwerk.
De lessen worden verzorgd door Michiel Wamelink. Hij combineert creatieve kunst met techniek activiteiten. Michiel: "Voor mij heeft het uitvinderschap en het kunstenaarschap altijd dicht bij elkaar gelegen. De eerste kunst die ik in het museum zag was van Tinguely (machine-kunstenaar). Het is alsof bij het uitvinden en bij het maken van kunst dezelfde delen van de hersenen actief zijn. Namelijk de delen die verantwoordelijk zijn voor het laten ‘toevallen’ van een nieuw idee. Dit lukt alleen als je met voldoende zelfvertrouwen geïnspireerd bezig bent. Dan word je creatief en krijg je zin om te experimenteren. Je durft dan ook iets onverwachts/geks te doen. Misschien blijft het bij een grap waar om gelachen wordt, maar misschien bedenk je iets nieuws en nuttigs. Zo'n geïnspireerde sfeer probeer ik in de klas tot stand te brengen. Nu heeft de maatschappij 'authentieke wetenschappers' nodig, dit zijn creatieve wetenschappers, uitvinders dus! Visionaire uitvinders/kunstenaars zoals Leonardo da Vinci. Gaan we weer een nieuwe Renaissance tegemoet?"
Vanwege organisatorische redenen geldt dat er minimaal 2 inschrijvingen per school moeten worden gedaan.
Extra assistentie gevraagd: behalve de leerkracht nog drie hulpouders.























